details

Houppellande

Introductie

Houppelande (een jurk) voor hertogin Maria van Gelre (1380 – na 1427).

De Stichting de Roos-Gesink heeft een bijdrage gegeven voor het vervaardigen van deze houppelande die in het museum het Valkhof is tentoongesteld bij gelegenheid van de tentoonstelling over Maria van Gelre en haar uitzonderlijke gebedenboek.

Actief sinds

27-09-2021

Contactpersoon

Wilt u helpen/ ondersteunen bij dit project

Deze tentoonstelling van 13 oktober 2018 tot en met 6 januari 2019 heeft het Museum Het Valkhof in nauwe samenwerking met de Radboud Universiteit georganiseerd. Deze eerste grote expositie over Maria van Gelre was gebaseerd op nieuw, multidisciplinair onderzoek naar het leven van deze haast moderne, zelfbewuste middeleeuwse vorstin. Vanwege de vele parallellen kan zij worden gezien als de Máxima van de 15de eeuw. Bezoekers volgden de levensreis van Maria van Gelre aan de hand van ruim 100 (kunst)objecten, waaronder vele artistieke topstukken uit internationale collecties die niet eerder in Nederland waren tentoongesteld. Hoogtepunten vormden een selectie van 40 speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerde pagina’s uit haar omvangrijke gebedenboek, een van de grootste middeleeuwse kunstschatten uit Nederland. Vanwege de kwetsbaarheid van het boek was het jarenlang niet tentoongesteld en door de wijze waarop het na de tentoonstelling opnieuw is ingebonden zal het niet meer in deze omvang getoond worden. Naast miniaturen en handschriften waren onder meer schilderijen, textiel, sieraden, beeldhouwkunst, gebrandschilderde vensters en heiligenbeelden te zien. Museum Het Valkhof was de enige plek waar de tentoonstelling te bezichtigen was.

De van oorsprong Franse prinses Marie d’Harcourt (1380-na 1427) bracht haar vormende jaren door aan het hof van Valentina Visconti, de vrouw van hertog Louis d’Orléans. Ze leerde er de pracht van het hof kennen, maar ook de duistere kanten van intrige en zwartmakerij. In 1405 trouwde de goed geschoolde Marie d’Harcourt met Reinald IV, hertog van Gelre en Gulik. In dit gebied tussen Zwolle en Aken, Gorinchem en Bonn bloeiden de kunsten en lag de oorsprong van ontwikkelingen die de 15de eeuw zouden kleuren: schilders als Johan Maelwael en de gebroeders van Limburg kwamen er vandaan, en Keulen behoorde met Parijs tot de belangrijkste centra van kunstambacht. In die context ontstond het gebedenboek.

De tentoonstelling volgde het leven van Maria van Gelre aan de hand van een aantal ijkpunten. Cruciaal in de presentatie vormden diverse artistieke topstukken die in direct verband te brengen waren met haar leven: naast het gebedenboek als onbetwist hoogtepunt waren dat onder meer een polychroom Mariabeeld uit circa 1380 uit Renkum, twee beelden van het Petrusportaal en een groot paneel van het Klarenaltar afkomstig van de Keulse Dom die niet eerder buiten Keulen tentoongesteld zijn, en drie kostbare liturgische gewaden en glas-in-lood-vensters uit de Abdij Altenberg, de grafkerk van de hertogen van Berg.

Met zijn ruim 1.200 bladzijden is het gebedenboek van Maria van Gelre uitzonderlijk van omvang en samenstelling te noemen. Naast een geïllustreerde kalender bevat het zo’n 100 miniaturen en talrijke kleine drôlerieën in de marge. De teksten zelf - heel persoonlijke gebeden, waarvan verschillende speciaal voor haar geschreven zijn, maar ook gebeden uit de Europese traditie, maar vaak aangepast voor juist dit boek - getuigen van een hoogontwikkelde letterkundige en devotionele cultuur. Ook de verluchting is uitzonderlijk, zowel in stilistisch als iconografisch opzicht. We zien er invloeden uit belangrijke internationale centra van boekverluchting - Utrecht, Keulen, Parijs - die samenkomen in een heel eigen beeldtaal. Tal van illustraties lijken beïnvloed door het werk van de gebroeders van Limburg, die Nijmegen bezochten in de periode dat het handschrift van Maria is verlucht.

Sinds de 17de eeuw wordt het gebedenboek van Maria van Gelre bewaard in de Staatsbibliothek zu Berlin en 40 jaar geleden is het uit de band genomen. Slechts bij hoge uitzondering werden in de afgelopen decennia een paar losse bladen getoond. Na 2005 ging het boek definitief achter slot en grendel: vanwege de schade aan het perkament bleek het te kwetsbaar om nog tentoon te stellen, waardoor deze ‘verborgen schat’ voor het grote publiek onbekend is. Met de tentoonstelling kwam hier verandering in en kreeg het Museum Het Valkhof - ruim 10 jaar na de succesvolle tentoonstelling over de gebroeders van Limburg - de internationale en eenmalige primeur om een selectie van 40 pagina’s te laten zien die samen een goed beeld gaven van de ongekende rijkdom van dit uiterst persoonlijke document. De selectie werd in twee delen van 20 pagina’s gepresenteerd, die halverwege de expositie worden gewisseld. Uitvoerig kunsthistorisch en technisch onderzoek door een multidisciplinair team van tien onderzoekers onder leiding van professor Johan Oosterman, hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde aan de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit, tevens gastconservator van de tentoonstelling, lag aan de basis van de expositie.

In het technisch onderzoek, in samenwerking met restauratoren van de Staatsbibliothek zu Berlin en onderzoekers van het Rathgen laboratorium Berlijn, werd gekeken naar de veroudering van het perkament en de grote mechanische schade, naar de pigmenten en naar de ondertekening en instructies voor de verluchters. Kunsthistorici onderzochten de werkwijze en werkverdeling en de iconografie van de verluchting. Tot slot verdiepten cultuurhistorici zich in de historische context. De resultaten van het onderzoek werden in 2018 tijdens de tentoonstelling, in de begeleidende publiekscatalogus en tijdens een wetenschappelijk congres gepresenteerd. Ter voorbereiding op de expositie was in oktober 2017 in Berlijn gestart met de restauratie van deze unieke kunstschat.

Contact opnemen